13 mei 2006

Het is kwart voor zeven in de morgen, 1 voor 1 komen de leden van de Lucky Seven op de vertrekplaats aan. Na vele maanden voorbereiding en geregel gaat onze 3e whiskytrip beginnen. Gisteren kregen we nog een slecht bericht te horen, namelijk dat Eric niet mee gaat!! Door onvoorziene werkomstandigheden kan hij voor woensdag kwart voor 2 niet gemist worden op zijn werk, alsof wij hem wel konden missen. Wie zorgt er nu voor het ophalen van de auto!! Wie rijdt het eerste stuk!! Wie kookt er nu de eerste 5 dagen!! Wie maakt ons op tijd wakker!! Moeten we nu met onze eigen mobiel naar huis bellen!! Met andere woorden, zonder Eric zijn we niet compleet. Maar we hopen dat hij zich woensdag bij de groep voegt. Hij kwam ons ieder geval nog wel even uitzwaaien met zijn dochter, grote klasse.

We gaan de auto's beladen met onze tassen, 2 dingen vallen meteen op, Frans is door de tassencontrole gekomen, hij heeft dit jaar een beduidend kleinere tas. Die van Frits echter is weer net zo groot als de vorige keer. Wat er allemaal inzit? Joost mag het weten, hij moet in ieder geval door 2 man in de auto getild worden. Met de uitlaat slepend over het asfalt begeven we ons met 2 auto's richting Charleroi.
De reis verloopt voorspoedig en na ruim anderhalf uur staan we op het vliegveld. Bij de incheck balie merken we op dat we geen 20 maar slechts 15 kilo bagage mogen meenemen. Frans zet zijn tas als eerste neer. Na het gewicht afgelezen te hebben trekken ze bij Ryan Air de eerste flessen champagne al open, voor overgewicht moet flink betaald worden, en dan staat die van Frits nog niet eens op de schaal!!! Paniek slaat toe en tassen worden leeg gehaald. Nu gaan we met ongeveer 10 kilo aan handbagage per persoon  het vliegtuig in. Alleen Frans moet bijbetalen, bij Ryan Air proberen ze de kurken weer op de flessen te krijgen.

We hebben een strak schema omdat we 3 keer een boot moeten halen, aangekomen in Schotland gaan 2 man de auto ophalen en de andere 4 pikken de koffers op. Alles gaat snel en als we naar de auto loppen liggen we een half uur voor op ons schema. Bij de auto aangekomen merken we op dat het een Opel Safira is en geen Renault Espace.
Beiden 7 seaters maar de Safira heeft een bagage gedeelte dat slechts  25 centimeter diep is en taps toeloopt naar boven en dan steeds smaller wordt. We staan nu bij een auto met 5 grote tassen, Frits zijn mobilehome, en een stuk of 10 tassen met handbagage, 2 man lopen terug om nog te proberen wat te regelen bij  Europecar, 4 man blijven bij de tassen achter. Om een lang verhaal kort te houden, we moeten met deze auto naar Islay en voor de terugrit moet iets geregeld worden.
Omdat Eric er nog niet is kunnen we 1 stoel inklappen en gebruiken als bagageruimte. We proppen de auto vol met onze tassen. De auto is nu zo vol dat het onmogelijk is om met 7 man in deze auto terug te keren. De voorsprong op ons schema is alweer als sneeuw voor de zon verdwenen, en die was zo belangrijk want als we de eerste boot misten hadden we geen aansluiting meer op de 2e boot en moeten we ergens voor een overnachting uitkijken. Uiteindelijk halen we de eerste boot net op tijd.

De trip naar Islay gaat heel goed, Ronald heeft het schema perfect uitgestippeld en we hoeven niet naar een overnachtingsplek te zoeken. Onderweg hebben we tijd genoeg om nog wat plaatjes van de natuur te schieten. We hebben alle boten en pondjes die we moesten hebben op tijd gehaald en om half 9 's avonds staan we voor ons huisje waar we worden opgewacht door de eigenaresse, het is Madam Mikmak uit de Donald Duck, met recht een lekker ding dus. Na een rondleiding gaan we eten, Ciska heeft weer nasi gemaakt en we laten het ons prima smaken. Na een paar whisky's genoten te hebben gaan we slapen. Morgen gaan we de omgeving hier verkennen en maandag bezoeken we de eerste distilleerderij.
19 mei 2006

Vanochtend weer lekker uit kunnen slapen want onze eerste distilleerderij van vandaag is Lagavulin. Het is maar 2 minuutjes rijden vanuit ons verblijf en prachtig gelegen aan een baai,  tegenover de ruïne van Dunyvaig Castle die in vroegere tijden door “ The Lords of the Isles ” werd bewoond. Na een stevig Schots ontbijt met bacon, worst en ei stonden wij zoals afgesproken om 11:15 bij Lagavulin in de bezoekersruimte, gebouwd op de voormalige moutvloeren die sinds 1962 niet meer in gebruik zijn. De groep bestond uit zo’n 15 personen en voor het meisje die de tour deed was het de eerste keer. De standaard tour leidde ons via de maalmolen naar de RVS mashtun waar heet water met de vermalen malt wordt gemengd. We komen daarna in de washback ruimte waar er tien van staan, allen gemaakt van larikshout, vervolgens in het still house waar er twee wash stills en twee spirit stills staan, die met stoom worden gestookt. Daarna door naar de filling store waar de vaten worden gevuld en vervolgens weer terug naar de bezoekersruimte waar een glas 16 jarige malt op ons wachtte. Al met al een leuke tour maar niet zo spectaculair als onze volgende en laatste tour van deze week, nl. die bij Bowmore, afspraak 14:15 op die dag.

Deze distilleerderij staat in het gelijknamige plaatsje met z’n karakteristieke ronde kerk. Deze is in 1779 gebouwd  door David Simpson en is de oudste distilleerderij van Islay. Sinds 1994 is de Japanse Suntory voor 100% eigenaar van Bowmore. Bij Bowmore hebben wij gekozen voor een z.g. “ Distillery Manager Tour ”.  De kosten voor deze tour bedragen 15 pond per persoon maar is z’n geld dubbel en dwars waard. Distillery manager Percy McPherson zat vol grappen en was blij dat hij nu met Nederlanders te maken had en niet weer met een groep buiggrage Japanners. Hij liet ons werkelijk alles van de distilleerderij zien en vertelde veel specifieke dingen wat men bij een standaard tour niet te zien en te horen krijgt.  Zo konden wij op een van de drie rijk gevulde moutvloeren zelf met een  moutschep en omkeerhark aan de slag gaan om te constateren dat dit werk behoorlijk zwaar is, dus niet aan ons bestemd. Bowmore kiemt 33% van z’n mout, de rest komt van Port Ellen. We stonden uitgebreid stil bij de turfoven waar de gerst 15 tot 18 uur wordt gedroogd en daarna nog eens 48 tot 55 uur met hete lucht wordt nagedroogd. De zes washbacks die er staan zijn gemaakt van Oregon Pines en daarboven zijn bordjes gemonteerd met daarop de namen van de eigenaars en de jaartallen van bezit. In het still house staan twee wash stills en twee spirit stills die allen met stoom worden verhit.

Na een uitgebreide tour hadden wij trek in een borrel, daarom stelde Percy voor om wat te gaan proeven, dit leek ons wel een goed plan. Percy, die veel waarde hecht aan vakmanschap en minder aan computer gestuurde apparatuur liet ons eerst een new spirit proeven om daarna met z’n koperen bemonsterings pipet, houten hamertje en een grote bos sleutels ons voor te gaan naar een van de warehouses. Bij binnenkomst zagen we dat de vaten achter glas lagen te rusten en tegen de muur stond een hele grote kast met een groot slot met daarin de 40 jarige Bowmore, kosten van een flesje 4.000 Engelse ponden. Niet voor ons weggelegd laten we maar zeggen. Dit was volgens mij het punt waar de gewone tour stopt, Percy maakt een deur open en we stonden nu echt in het warehouse. Daar konden wij de “ angel share ” ruiken en tot diep in onze longen laten doordringen. Daar tussen al die gevulde vaten voelden wij ons thuis. Allereerst werd een bourbonvat, gevuld in 2000, door Percy geopend.

Percy ging naast het vat staan en keek ons vragend aan, " are you ready "  met verbazing keken we hoe Percy met het kleine hamertje hard vlak naast de stop van het vat sloeg, na enige slagen kwam de stop los en kon hij het grote pipet in het vat laten zakken om hem gevuld weer omhoog te halen. Met de pipet werden enkele glaasjes van dit  goedje gevuld, 58% alcohol en uiteraard ongefilterd zodat we de stukjes houtskool duidelijk op de bodem konden zien. Voor een 6 jaar oud of jong goedje smaakte dit al waanzinnig lekker, lekkerder dan de Legend ieder geval, maar misschien kwam het doordat het een cask strenght was. Daarna werd een in 1994 gevulde sherry Oloroso vat aangebroken, dit goedje was duidelijk donkerder dan z’n voorganger en een stuk zachter. De geur en smaak was één en al sherry, zacht maar het bleef wel een whisky. Percy liet ons op een gegeven moment alleen achter in het warehouse om even iets te doen, na ongeveer 10 minuten kwam ie terug met een glas whisky dat bijna tot aan de rand gevuld was. Opeens was hij heel serieus en werden er geen grappen meer uitgehaald. Percy vertelde dat dit volle glas whisky een 42 jaar oude op sherryvat gerijpte whisky was. We mochten dit volle glas delen en om de beurt konden we een flinke slok nemen. De reuk en smaak van dit spul was zo intens en overweldigend dat wij er stil van werden. Volgens Percy kost een dram van dit spul aan de bar bij de golfclub Gleneagles zo’n 400 pond! Nog erg opgewonden over dat laatste glaasje liepen wij daarna terug naar de distillery shop, daar mochten wij ook nog eens onbelemmerd de in de winkel verkrijgbare types  proeven zoals de nieuwe 16 jarige cask strenght de 17 jarige Bowmore en de versies Darkest, Mariner, Dusk en Dawn. Voor onze komende proefavond kochten wij de 16 jarige (1989) limited edition botteling " Straight from the cask " om daarna als een balletje weer richting Port Ellen terug te rijden.


20 / 21 mei 2006

Onze vertrekdag van Islay is alweer aangebroken. De Ferry maatschappij heeft ons op het hart gedrukt om 3 kwartier voor vertrek klaar te staan voor inscheping. Dus braaf als we zijn stellen we ons om 8.15 uur op in de middelste rij in Port Ellen. Na ons arriveren nog vele auto’s waaronder de nodige vrachtwagens. Tegen negenen worden de auto’s de boot op gelaten. De rij links van ons rijdt. De rij rechts van ons rijdt. Auto’s die op het laatste moment arriveren, rijden direct de boot op. Wij staan al 40 minuten stil en zien hoe de boot voller en voller raakt. Grote vrachtauto’s rijden ons links en rechts voorbij terwijl wij nog steeds stil staan. We mogen dan wel een gereserveerd ticket hebben, toch bekruipt ons een ongerust gevoel. Passen we er nog wel bij dadelijk? Wanneer gaat onze rij nu eens rijden?? Uiteindelijk als zo’n beetje iedereen is ingescheept begint onze rij te bewegen richting de volgeladen boot. We rijden de laadklep op……we zijn binnen! Nog precies 1 auto past achter ons op de boot, alvorens de laadklep omhoog gaat.

Tijdens de oversteek van ruim twee uur is het Schots weer: grijze bewolking en regelmatig een buitje. Bij de aankomst in Kennacraig is het echter mooi weer. De route naar de volgende pont is prachtig groen, een enorm contrast met Islay. Als het goed is komt de Ferry er zo aan, maar we zien nog niets naderen. Wachten dus maar en een wandelingetje in de regen langs de prachtige haven van Tarbert met op de achtergrond de heuvels. Prachtige huizen die duiden op een hogere welvaart dan Islay. Na een ½ uurtje verschijnt er een melding op de lichtkrant bij de Ferryhalte dat de pont een ½ uur later komt. Nou, da’s al om en nog geen boot in zicht! Nog een wandelingetje dan maar. We vinden prachtige schelpen die exact zoals het Shell logo zijn, zo groot als je hand.

Na dik een uur arriveert dan eindelijk de Ferry. De oversteek duurt maar 20 minuten en op gaan we naar de derde pont. Die kunnen we wat moeilijk vinden. De Tom Tom spreekt ons vermanend toe dat we moeten keren, maar we luisteren niet meer nadat het apparaat ons wat verkeerde routesuggesties aan de hand heeft gedaan. Bijkomend probleem is dat de tank steeds leger wordt, het reservelampje brandt al lang maar er is nergens een pomp te bekennen. Uiteindelijk arriveren we in Portavadie. Een gezellig havenstadje (met benzinepompen!) en aangezien de ferry er nog niet is hebben we nog even tijd voor een loopje door de stad. We kloppen nog de nodige ponden uit onze zak voor een fantastisch ogend broodje uit een Shoarma achtige zaak, maar helaas smaakt het vreselijk. Dan is de pont er. Een enorme boot, maar slechts 3 auto’s schepen in. Tijdens de oversteek zien we het landschap verstedelijken. We naderen Glasgow. Na ontscheping is het nog maar kort rijden naar ons B&B. Het blijkt een uitstekende keuze te zijn. Grote klassieke kamers en prima voorzieningen.

Na even opfrissen gaan we de stad in. Eerst maar eens eten. We kiezen voor een chinees restaurant dat ons wel wat lijkt. We kunnen best wel wat calorieën gebruiken, we hebben tenslotte zo matig gegeten deze week….Zowel het eten als de bediening zijn top. Leuke Chinese serveersters die in zijn voor een praatje en ons tips geven voor het uitgaansleven. Als we het restaurant verlaten is het straatbeeld drastisch veranderd. Het is druk en enorm gezellig op straat. Hoewel het erg koud is lijkt het wel of de dames in het uitgaansleven een wedstrijd doen wie zich het schaarst kleedt. Korte rokjes en korte shirtjes. Blote benen, blote buiken. Prachtige vrouwen (en da’s wel eens anders in Schotland!) in overvloed. Wat een weelde! Op de straten rijden enorm verlengde witte limousines met daarin (alweer) mooie meiden. Enorm verlengde Hummers van 10 meter lang met jonge vrouwen die gillend rond rijden. Zelfs 2 brandweerauto’s (kun je die ook al huren?) met gillende meiden. Wat een feest! Dit zijn wij veertigers niet meer gewend dus snel maar even bijkomen in de Whisky Bar die een enorm assortiment malts heeft. Het oogt als een bibliotheek met laddertjes om op de bovenste schappen te kunnen komen, maar gelukkig zijn het geen boeken maar flessen die op de planken staan. Daarna pakken we nog links en rechts een kroegje. Tegen twaalven verkassen we naar de volgende, maar daar vergissen we ons in, want het is sluitingstijd! Wel zien we rijen jongelui zich opstellen bij dure clubs die nu juist openen. We hebben echter genoeg realiteitszin om te beseffen dat we niet passen tussen al die 18 jarigen, dus tja, dan maar naar huis.

We liggen dus vroeg op bed. Om een uur of twee schrikken we nog wakker van een enorme herrie op de gang. Even lijkt het of er gevochten wordt, maar uit de Nederlandse stemmen kunnen we opmaken dat het er gemoedelijk aan toe gaat. De volgende ochtend aan het ontbijt spreken we een Nederlandse jongen die hier logeert met zijn pipers band. Hij biecht op dat zij de herrieschoppers waren. Met een strijkplank de trap af glijden wel te verstaan….. En wij hadden altijd gedacht dat die pipers van die brave jongens waren!
Na het ontbijt gaan we direct op weg naar het vliegveld Prestwick waar we na 3 kwartier arriveren. Huurauto inleveren, inchecken en vliegen maar. Dit is het moment van de waarheid. Het zit er op. Goodbye Schotland, tot 2008.
Whisky Trail 2006
16 mei 2006

Nadat we gisteren de 1e twee distilleerderijen hebben bezocht, is het vandaag de beurt aan Kilchoman en Bruichladdich. Kilchoman is speciaal want deze distilleerderij is pas sinds vorig jaar in bedrijf. Het voordeel op Islay is dat alles redelijk makkelijk en snel per auto te bereiken is. Dat betekent dus voor ons leden van de Lucky Seven  uitslapen en heerlijk rustig ontbijten. Zoals gewoonlijk zorgen Frans en George ook op deze donkere dinsdagochtend weer voor een heerlijk ontbijt. Bacon en eggs, sausages en meer van die light produkten zorgen ervoor dat er een stevige ondergrond wordt gelegd, zodat we er ook vandaag weer een drammetje  in  kunnen gooien. Nadat er vluchtig op de kaart is gekeken voor de route zetten we koers naar het westelijk deel van Islay waar beide distilleerderijen zich bevinden. We maken onderweg enkele korte fotostops en bereiken na ongeveer 40 minuten de kleine distilleerderij van Kilchoman.

Opvallend is dat Kilchoman als enige distilleerderij niet direct aan de kust ligt. De distilleerderij is een klein boerenbedrijfje met als naam Rockside Farm. We worden verwelkomd in de ontvangstruimte door een dame die op de hoogte is van onze komst. We zijn de enige bezoekers op dat moment en daarom is de rondleiding zeer persoonlijk. We kunnen op ons gemak alles rustig bekijken en we horen dat de distilleerderij nog herstellende is van een brand eind vorig jaar. Het ging hier om een brand in de Kiln waar de mout wordt gedroogd. Momenteel betrekt men dan ook tijdelijk gemoute gerst van Port Ellen. In de toekomst zal bij Kilchoman ook het mouten weer plaats gaan vinden. De gerst wordt naast de boerderij verbouwd. En men denkt er aan om ook het bottellen zelf te gaan doen. Zodat alle facetten van het maken van whisky ook werkelijk op de distilleerderij plaatsvinden. Omdat Kilchoman erg klein is (De Stills staan in een ruimte met de wash backs) Is het geheel wel heel overzichtelijk en krijg je een goed beeld van het productieproces.

Kilchoman denkt aan een produktie voor het eerste jaar van 35.000 liter. Dit zijn ongeveer 250 vaten. Langzaam zal de productie worden opgevoerd naar 80.000 liter in het 5e Jaar (650 vaten). De gehele productie is bedoeld voor single malt whisky. De Malt die in de maak is zal ongeveer 30 ppm bevatten. Een gemiddeld zware Islay malt waar we nu al naar uitkijken. Omdat het minimaal 3 jaar gaat duren voor de 1e vaten mogen worden gebotteld voordat dit de naam Whisky mag gaan dragen krijgen wij als Lucky Ones de kans de new spirit te proeven. Hoewel een slok new spirit met name rond het middaguur nog wel eens heftig kan aankomen, moet van Kilchoman worden gezegd dat dit (nu al) een bijzonder zacht drammetje is, zeer fruitig ook. Dit beloofd wat als het enige jaren aan een eikenhouten vat wordt toevertrouwd. We hebben de eerste zestig vaten gezien (ze slapen) en volgens ons gaat alles goed. Anders dan bij grotere distilleerderijen zijn we redelijk snel klaar met onze tour en besluiten dan ook de overgebleven tijd te benutten voor het drinken van een stevige bak koffie in het restaurantje van Kilchoman.
Zoals op de foto hiernaast te zien is zijn ze nu voorbereid op een 2e brand.

Na de koffie wordt het tijd om de in de directe omgeving van de distilleerderij het strand te bezoeken. Op enkele kilometers afstand is Machir Bay, een brede baai met een mooi zandstrand. We maken een korte wandeling naar de zee maar helaas moeten we na een klein half uurtje vanwege de regen de auto weer opzoeken. We besluiten alvast via een mooie route koers te zetten richting de hoofdattractie van vandaag  Bruichladdich.

Bruichladdich was de meest westelijk gelegen distilleerderij gelegen aan Loch Indaal ( nu Kilchoman, thanx Chris) en nodigt aan de buitenkant reeds uit om enkele foto en filmopnames te maken. Bruichladdich wordt uitgesproken als “broek-laddie” en komt uit het Gaelic. Het zou zoiets betekenen als "de heuvel die over de zee uitkijkt". Eenmaal binnen hebben we al een drammetje te pakken voor we goed en wel de tour hebben betaald. Dat belooft wat voor de rest van de middag.

Onze verwachtingen zijn redelijk hoog gespannen want deze distilleerderij is absoluut de meest vernieuwende op dit eiland. De gewone bottelingen van 10, 12 en 15 jaar staan op het schap in vrijwel elke slijterij. Maar rondkijkend in de shop valt ons het grote aantal bijzondere bottelingen op. Bottelingen met bijzondere namen en verpakt in kleurige kokers. De malt bij Bruichladdich is non chill filtered en traditioneel bevat de mout voor de whisky maar 2 ppm. Maar sinds de heropening is dit verhoogd naar 5 ppm. Sinds 2001 distilleert men onder de naam Port Charlotte een 40 ppm uitvoering. En in 2002 is men gestart met de productie van de meest geturfde whisky ter wereld, deze whisky wordt gemaakt van mout met een ppm gehalte van maar liefst 80. Dit Monster gaat OCTOMORE heten. Het is duidelijk dat men in deze distilleerderij onder de bezielende leiding van Jim McEwan het avontuur niet schuwt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zowel Jim McEwan als de distilleerderij zelf de laatste jaren aan de lopende band belangrijke whiskyprijzen heeft binnengesleept.

Terug naar de rondleiding. Een gezellige dame op leeftijd laat ons de distilleerderij zien en hoewel het proces nu onderhand wel bij ons bekend is krijgen we ook dit keer weer een aantal leuke nieuwe dingen te zien. De geheel open mash tun is erg aardig en is een uitkomst om opdringerige Academie types in te laten verdwijnen. Haha. Wat we ook voor de 1e keer zien is het vullen van de vaten. Bij Bruichladdich wordt een vat gevuld op een sterkte van 71 procent alcohol. Voor de rijping gebruikt men sherry, bourbon en refill vaten. Het bottelen zien we ook voor het eerst. Bruichladdich is dan ook de enige Islay Malt die bij de distilleerderij wordt gebotteld. Geen kleurstoffen en de non chill filtering zorgen voor een natuurlijke complexe smaak.

Na al deze informatie wordt het tijd om de smaak te gaan beoordelen. We komen terug in de shop en worden allereerst getrakteerd op de Quadruple distilled versie die sinds maart van dit jaar wordt gemaakt. 4 x gedistilleerd met een alcohol percentage van ruim 90 procent krijgen we allemaal een lepel van deze kerosine toegediend. We worden gewaarschuwd om dit goedje wel direct door te slikken omdat anders ons clubje van 7 wel eens behoorlijk zou kunnen slinken. Gelukkig krijgen we daarna nog wel enkele snoepjes die gelukkig wel geruime tijd in een eiken vat hebben gezeten. Dat waren de uitvoeringen Rocks, de 15 jarige second edition, de 10 jaar oude, en één uit het vat dat in de shop stond en die je zelf kon bottelen, een 15 jaar oude op bourbon oak vaten en daarna 8 weken op marsane hermitale blanc vaten gerijpte whisky, met een alcohol percentage van 53,1 %, gedistilleerd in 1989.
      
Bij het verlaten van de distilleerderij valt het me op dat het weer ook behoorlijk is opgeklaard. Het zou ook de invloed kunnen zijn van de verschillende drammetjes die we bij Bruichladdich mochten nuttigen. Bruichladdich, wat een (h) eerlijke whisky.


17 mei 2006 ( de dag dat Eric zich bij de groep zou voegen)

Vandaag hebben we een rustdag, niet dat we deze zo hard nodig hadden want in vergelijking met onze eerdere whiskytrails is deze trail behoorlijk overzichtelijk qua reistijden. Nee deze rustdag is gewoon lekker om eens even wat anders te doen dan alleen whisky proeven en rondrijden in een auto. De ene helft van de groep (Carlos, Wim en Frits) vonden het leuk om in de buurt van het huis te gaan wandelen en foto’s te nemen van de omgeving. Terwijl de andere helft (George, Ronald en Frans) zin hadden in een partijtje golf. Nu is er op het hele eiland maar 1 officiële golf course dus waar te gaan golfen daar waren we het snel over eens, het werd dus The Machrie golf course. We hadden een starttijd gereserveerd om 10.00 uur. Na te hebben betaald en de gehuurde golfclubs te hebben op gehaald, begaven we ons naar de 1e afslagplaats waar het redelijk druk was. Wat ons nog het meest verbaasde was naast het feit dat er enkele oude tantetjes met geruiten pofbroeken en bijbehorende petjes liepen, er ook hier nog door enkele spelers met echte houten clubs werd gespeeld.

Ondanks dat er weinig of geen bomen stonden bleek het toch een moeilijkere baan te zijn dan dat wat we aanvankelijk dachten. JaJa. Gezien het feit dat het een zogenoemde " Links " baan betrof ( gelegen in duinen langs de zeekant) lag de moeilijkheidsfactor meer in de hoge heuvels waar je niet zondermeer vanuit mocht gaan dat de baan hierachter recht door zou lopen, maar soms te hoog en lastig waren om eerst te gaan kijken hoe de baan achter de heuvel verder liep en je dus maar op goed geluk je slag moest maken. Tevens was het lastig je bal terug te vinden in het hoge helmgras als je bal per ongeluk naast de baan terecht was gekomen. In het begin van de dag was het een redelijk overtuigend zonnetje, welke naar mate de dag vorderde steeds zwakker werd en de wind meer aanwakkerde tot bijna storm. Rond de 15e Hole kreeg Ronald erg veel last van z’n rug en zijn we gestopt met golfen.
Carlos, Wim en Frits lieten hun gemaakte foto’s die ze rondom het huis en rondom de Lagavulin distillery hadden gemaakt en waren werkelijk ongelooflijk mooi. We spraken af dat we de volgende dag nog eens daar langs zouden gaan zodat ook de andere het met eigen ogen konden bekijken.
Later in de middag hebben we nog een partijtje klaverjassen gespeeld, ( Wim, George, Ronald en Frans) het team de zogenoemde gevorderde spelers Ronald en Wim, kregen ongenadig klop van het andere team Frans en George (die dit spel overigens voor het eerst speelde). (Dit stukje is geschreven door Frans) Quote Ronald "Het had wel iets weg van een potje Kinderklaverjassen, waarbij regelmatig openlijk werd verzaakt. De winnaars’ zouden bij een reguliere wedstrijd waarschijnlijk nog steeds door hun tegenstanders met een honkbalknuppel achterna gezeten worden. Dit verklaard waarom het magistrale duo (Wim/Ronald) mee afzakte naar een bedenkelijk niveau." Quote Wim "Dan hebben we het nog niet gehad over het per ongeluk opgooien van kaarten als je maat moet uitkomen, het opgooien van bijvoorbeeld hartenaas, en dan zeggen oh ik heb wel ruiten. Daarbij komt ook nog dat Frans de stand bij hield." George was niet bereikbaar voor commentaar.

Eind middag begin avond stappen we in de auto en rijden naar Islay airport ( een klein vliegveldje) die tussen Port Ellen en Bowmore ligt. Als verrassing hebben stonden we klaar met een bord met Eric z’n naam erop, een serveerschaal met een heerlijk glas whisky erop en het clubshirt 2006 die George geregeld had.
’s Avonds hebben we pizza gegeten, even voetbal gekeken ( Barcelona - Arsenal ( 2-1) ) en de volledige tot dan opgenomen videobeelden van onze ervaringen op Islay voor Eric terug gekeken, dit om hem zo snel mogelijk hem in de juiste sfeer mee te krijgen en hem op de hoogte te brengen wat we al gezien en gedaan hebben. Dit alles uiteraard onder het genot van enkele glaasjes whisky. Later op de avond zijn we nog even naar de lokale pub geweest en hebben daar nog enkele biertjes en whisky’s genomen.


18 mei 2006

Voor vandaag staan de distillery bezoeken aan Ardbeg en Laphroaig op de agenda, niet de minsten en zeker bij de Islay liefhebbers onder ons zijn de verwachtingen hooggespannen. Omdat beide distilleerderijen min of meer op loopafstand van ons huis liggen en we de eerste afspraak bij Ardbeg pas aan het eind van de ochtend hebben is er ruim de tijd om Eric, die gisteravond is aangekomen, de omgeving te laten zien. Zoals elke dag begint ook deze met een zeer uitgebreid ontbijt met gebakken eieren, spek en worstjes, echt Schots dus. Nadat iedereen gedoucht is vertrekken we om de omgeving te bekijken. Ook deze trail hebben we het qua locatie weer perfect getroffen. We zitten aan de goede kant van Islay en als we de weg langs de kust in noordelijke richting oprijden passeren we eerst Laphroaig, en vervolgens Lagavulin. We nemen de eerste afslag na Lagavulin en komen terecht op een soort uitstulping aan de kust die een adembenemend mooie aanblik biedt op de distilleerderij. Reden dus om de camera’s maar eens uit de tassen te halen. Op deze plek is tevens de ruïne van Dunyvaig Castle, in de 16e eeuw gebouwd door de Mc Donalds Lords of the Isles.

Een andere bezienswaardigheid op dit gedeelte van Islay net buiten Port Ellen is de ruïne van de Kildalton kerk met het oudste staande kruis van Schotland. In de 8e eeuw uit een stuk gehouwen uit blauwe steen. De legende zegt dat een wens die gedaan is met twee armen door de onderste gaten van het kruis uit zal komen. Maar ik werd de volgende dag weer gewoon wakker in bed en niet in een bad met Ardbeg zoals ik gewenst had. Onderweg kwamen we ook nog een kolonie zeehonden tegen, op de kleine eilandjes voor de kust die maar net boven de waterlijn uitkomen liggen tientallen zeehonden zich te warmen in de spaarzame zon. Schuw zijn ze niet want we kunnen ze tot op 15 a twintig meter naderen. En als we van deze ontdekking nog maar net zijn bekomen zien we even verderop een groep rode herten. Naast fantastische whisky biedt Islay ook een overweldigend mooie natuur.

Intussen is het voor ons de hoogste tijd geworden om ons te melden bij Ardbeg waar we een afspraak hebben met Stuart Thomson voor een speciale tour. De distilleerderij ligt er prachtig bij, alles in perfecte staat en vanuit de verte zijn de dubbele pagodes al te zien. De gebouwen zijn smetteloos wit in combinatie met “Ardbeg” groen. We worden ontvangen in een van de mooiste bezoekerscentra, annex shop en restaurant. Alles is zeer stijlvol ingericht en alles ademt de sfeer van Ardbeg. De marketing afdeling heeft hier absoluut fantastisch werk verricht. Hier komen echter kleine barstjes in als blijkt dat Stuart niet beschikbaar is voor de tour, en dat we mee mogen op een algemene tour met nog circa 20 andere whisky liefhebbers en toevallige toeristen. Jammer, zeker voor Wim die een hoop moeite had gedaan om deze afspraak te arrangeren. Uiteraard verloopt de tour goed en is de distilleerderij op zich al zeker de moeite van het bezoeken waard. Jammer alleen dat onze tour guide het charisma heeft van een boomtor en spreekt met een geestdrift en enthousiasme die beter passen op de begrafenis van haar oma. Echt zonde als alles verder wel klopt. Dit alles is echter snel vergeten als we na de tour mogen proeven van naar mijn smaak een van de mooiste whisky’s nu beschikbaar. Zuinig zijn ze niet bij Ardbeg, er worden een aantal flessen very young, still young en Uigeadail opengetrokken, glazen worden verstrekt en iedereen is vrij zoveel te proeven als hij/zij wil. En zoals dat een whiskyclub betaamt doen we dit met volle teugen. Ingeseind door zijn vrouw verschijnt Stuart toch nog en zegt dat hij nog wel iets speciaals voor ons te drinken heeft. Hij neemt ons mee naar het warehouse en we krijgen allemaal een stevige borrel “straight from the cask”. Het betreft een 16 jarige Ardbeg die volgend jaar gebotteld gaat worden. We zijn verrast door de mildheid van deze cask strength, en dit maakt deze tour toch nog tot een sublieme ervaring. Inmiddels is het tijd geworden om eens af te zakken naar Laphroaig. Dit is een afstand die bijna gelopen kan worden dus we zijn er zo.

Bij Laphroaig worden we ontvangen in een zeer gezellig bezoekerscentrum. Compleet met bar en riante zithoek. Ik de hal stuitten we op een aantal rubberen kaplaarzen en aan de kapstok hangen regenjassen en zuidwesters. Later bleek dat deze er speciaal hingen voor de mensen die via Laphroaig een square feet Islay gekocht hebben. Op een landje aan de overkant van de weg kan je doormiddel van de opgegeven coördinaten zelf je toegewezen stukje land opzoeken en daar een vlag op planten. Circa 250.000 mensen waren inmiddels eigenaar van zo’n stukje land en we zagen dan ook diverse vlaggen boven het water uitsteken. Het landje stond zo onder water dat de kaplaarzen dus zeker geen overbodige luxe zijn bij een bezoek. De tour wordt zeer professioneel geleid door onze tour guide, die naar Schotse normen echt een schoonheid genoemd mag worden. De distilleerderij is alleszins een bezoek waard, zeker ook om dat je het gehele proces inclusief het malten hier kan bekijken. Tevens wordt aan de hand van een aantal attributen duidelijk gemaakt hoe de turf gestoken wordt en wat er komt kijken bij het maken van de vaten. Verder worden we deskundig geïnformeerd over het distilleerproces en krijgen we alles uitgebreid te zien. En aan het eind van deze belevenis……….. staat er een mooie dram voor ons klaar. Deze laten we ons uiteraard goed smaken en omdat we er toch zijn nemen we voor de avond nog een mooie fles Laphroaig 15 jaar mee.

Eenmaal terug in “ons” huis storten een aantal zich op de bereiding van de avondmaaltijd. Het is vandaag kip wat de pot schaft. Na het eten wagen we ons maar eens aan de Laphroaig 15 jaar, en dat is beslist een topper. Eenmaal uitgebuikt besluiten we vanavond maar eens naar de plaatselijke pub te gaan. Nadat we een klein half uur op Frits gewacht hadden (hij moest zijn dansschoenen opzoeken) vertrokken we om het bruisende nachtleven van Port Ellen in te duiken. Het werd een gezellige avond waarin we veel hebben gelachen om de barkeepster en met een eenzame fietser die we later in de week nog vaker tegen kwamen. Tegen de tijd dat we alle nummers uit de Juke box gehoord hadden en Sexbomb van Tom Jones (Frits z’n dansnummer) wel een keer of vier zijn we huiswaarts gekeerd. Zo’n perfecte dag kan alleen goed afgesloten worden met een mooie whisky en we hadden gelukkig nog ’t een en ander onder de kurk.
Terwijl we wachten speken we een andere Nederlander, die ook een groot Malt-liefhebber schijnt te zijn. Hij komt dezelfde tour doen als wij. Hem zien we later de week nogmaals als hij de “academy” gaat doen bij Bruichladdich. De distilleerderij Bunnahabhain dankt zijn naam aan de plaats waar hij ligt nl. aan de Margadale rivier, en betekent dus: monding van de rivier. De distilleerderij is goed voor zo’n 1,2 miljoen liter per jaar. Hiervan gaat zo’n 95 % naar de blenders waarvan de bekendste wel Famous Grouse en Black Bottle zijn.
In het stillhouse staan 2 wash stills en 2 spirit stills, welke zeker niet bijzonder groot zijn en worden verhit met stoom. De 6 washbacks zijn gemaakt van Oregon pine wood. Voor de rijping wordt hier bewust geen gebruik gemaakt van specifiek soort vaten, om te voorkomen dat deze het karakter te veel zou beïnvloeden. Men spreekt hier door de mix van bourbon, sherry en refill casks van:”our wood mix”. Het water welke men gebruikt voor de malts komt uit een waterbron gelegen op de Margadale Hill. Dit water wordt van grote diepte naar boven gepompt om te voorkomen dat het water met turf in aanraking zou komen. Volgens de erg enthousiaste Schotse dame welke ons door de distilleerderij leid, ziet dit water pas voor het eerst daglicht als de 12 jaar oude malt in het glas wordt geschonken. In het warehouse mogen we nog eventjes ruiken hoe een Bunnahabhain uit 1981 ruikt, maar veel verder dan dat komt het helaas niet.

Aan het eind van de tour nuttigen we nog een heerlijk glaasje in de kleine shop om vervolgens nog een speciale botteling van hun aan te schaffen. Deze Malt moeten we deze week eens verder onderzoeken. Nadat we de distilleerderij achter ons hebben gelaten, rijden we een stukje terug om wat Schotse cultuur te gaan snuiven bij de ‘Standing Stones‘ van Finlaggen. Deze overblijfselen van een nederzetting van vroegere ‘ Lord of the Isles ‘ liggen aan een prachtig meer en een bosrijk gebied ernaast. Helaas werkt het weer niet bijzonder mee op dat moment, want ik ben ervan overtuigd dat dit fantastisch rustieke plaatje met een beetje zon en zonder regen dan veel beter tot zijn recht zou komen. Door het regenachtige weer gaan we alweer snel op pad naar de volgende distilleerderij. We zijn ruimschoots op tijd als we arriveren bij Caol Ila, en tot onze ergernis moeten we maar gewoon een klein uurtje buiten wachten als de rest van het personeel lunchen is.

De distilleerderij van Caol Ila ziet er uit als een soort fabriekshal. Deze fabriek welke in de begin jaren 70 op het warehouse na geheel afgebroken en weer op nieuw opgebouwd, is goed voor een productie van 3,5 miljoen liters whisky per jaar. De naam Caol Ila is een vertaling uit het Gaelic en betekent ‘Sound of Islay ‘ Dit is het water tussen de eilanden Islay en Jura. In dit stillhouse staan 3 wash stills en 3 spirit stills welke door middel van stoom worden verwarmd. Vanaf deze locatie heeft de Still-man een prachtig uitzicht over het water met aan de overkant het eiland Jura. Het aantal washbacks bedraagt 8 en zijn gemaakt van lariks hout en het rijpen van de vaten gebeurt voornamelijk op refill vaten. Het water wat gebruikt om de malt te maken komt van een nabij gelegen meertje met de naam Loch nam Ban, welke wordt gevoed met regenwater uit de heuvels. Slechts een klein gedeelte van de productie van Caol Ila , welke ook onder vleugels van Diageo valt, wordt gebruikt voor single malt botteling. Het merendeel gaat dus ook hier naar de blenders, waarvan White Horse een bekende is.

De tour die we geboekt hadden werd gedaan door een manneke op leeftijd. Al snel bleek deze beste man ons toch wel het een en ander te melden hebben wat we nog niet eerder gehoord of gezien hadden. Deze detail informatie konden we zeker wel waarderen. Achteraf wel logisch, want deze oude baas bleek jaren hier als still-man te hebben gewerkt. Aan het eind van deze toch wel erg leuke tour nuttigen we natuurlijk nog een drammetje in de shop. Ook wel leuk was dat onze oude vriend nog wat foto’s van vroeger had welke hij ons liet zien. Hierna gaan we met een goed gevoel beginnen aan onze terugreis. Wanneer we bijna thuis zijn passeren we weer de turfvelden, waar we dan ook nog eventjes een korte pitstop maken voor wat foto’s. Een over enthousiaste Frits verlaat met zijn filmcamera iets te vroeg het droge pad, om vervolgens weg te zakken in de wat nattere turfbodem. Hij heeft de hele week deze lucht nog bij zich gedragen!

Visits at;
Bunnahabhain Distillery
Caol Ila Distillery
Kilchoman Distillery
Bruichladdich Distillery
Ardbeg Distillery
Laphroaig Distillery
Lagavulin Distillery
Bowmore Distillery
Onze 3e Whisky Trail
14 mei 2006

Zondag word ik wakker van de lucht van eieren met bacon en gebakken worstjes en voornamelijk het lawaai van de rookmelder, de toast is nu ook mooi bruin. Na een stevig ontbijt gaan we op pad. Ons huisje ligt vlakbij de haven van Port Ellen, we slaan linksaf en volgen het weggetje. Na 150 meter komen we al langs de warehouses van Laphroaig. Omdat we alle distilleerderijen deze week bezoeken stoppen we niet maar rijden door. Na een paar kilometer volgen ook Lagavulin en Ardbeg, maar we blijven rijden. Heel vreemd eigenlijk, al heel lang willen we naar Islay en dan vooral naar Arbeg en Lagavulin en nu zijn we er en rijden we gewoon door? De weg wordt smaller en na een hele rare bocht genomen te hebben, linksaf en omhoog, ziet George wat stenen in het water liggen die bewegen.
We denken dat ie ons in de maling wilt nemen maar als we iets dichterbij zijn gekomen zien we tot onze verbazing dat bovenop die stenen allemaal zeehonden liggen. Het eten voor vanavond is ook geregeld, en nog bontjassen op de koop toe, geintje. We klimmen over het stenen muurtje en proberen zo dichtbij mogelijk te komen. De zeehonden blijven rustig op de stenen liggen maar we worden wel heel goed door ze in de gaten gehouden. Nadat de foto's gemaakt zijn rijden we verder en komen we bij Kildalton Cross. Ook iets wat op mijn verlanglijstje stond om te bezoeken. Het is een klein oud kerkje waar het dak vanaf is waar op het bijgelegen kerkhof waarschijnlijk het eerste Christelijke Engelse kruis staat. Het is allemaal niet groot maar wel intrigerend. Het verhaal gaat dat als je achter het kruis gaat staan en je armen door de onderste gaten steekt je een wens mag doen die uitkomt. Je moet er volgens een Schot wel lang op wachten want  hij is al dertig jaar lang met dezelfde vrouw getrouwd.
We rijden weer richting huis en gaan een hapje eten, 's middags gaan we even de andere kant op van ons huisje af gezien en rijden we naar het stadje Bowmore. Een rustig klein stadje, 10 straten en dan heb je het wel gehad. Omdat we later deze week nog hier terug komen hou ik het kort en vertel alleen nog iets over de plaatselijke kerk. Deze kerk heeft namelijk een vreemde vorm, hij is rond!! Ze hebben deze kerk rond gemaakt omdat dan de duivel zich niet in de hoek kan verstoppen. Whisky doet rare dingen met sommige mensen.

15 Mei 2006

We zijn alweer 2 dagen in Schotland en deze keer op het door ons zo fel begeerde eiland Islay. We hebben de vorige jaren dat wij Schotland bezochten al vaak gesproken om dit eiland maar eens te gaan bezoeken. Islay wat ten zuid westen van Schotland ligt is niet echt heel erg gemakkelijk te bereiken, maar dat mocht voor ons geen barrière zijn. Dit eiland wordt door ons voornamelijk gewaardeerd door de aanwezigheid van een aantal fantastische distilleerderijen. Deze produceren verschillende soorten whisky welke uiteenlopen van whisky’s met een vrij toegankelijke smaak tot die met een ruig,vol turfkarakter door velen geassocieerd met jodium. Van deze laatste categorie zijn de leden van onze whiskyclub een groot liefhebber, vandaar onze sterke behoefte om hier eens te onderzoeken hoe men hier dit lekkere goedje produceert.
Zoals de echte katholieken uiteindelijk een keer naar Rome willen om daar het Vaticaan te bezoeken, zo is dit eiland voor diegene die toch al wat langer liefhebber is van een heerlijke Schotse Malt uiteindelijk een van de doelstellingen in zijn Whisky-life. Waarbij ik dan niet zo ver wil gaan om te zeggen; Islay zien en dan sterven.
Zoals wel vaker voorkomt in Schotland en dus ook op Islay zijn er al diverse distilleerderijen gesloten. Vandaag aan ons de taak om de eerste 2 van de 8 distilleerderijen welke nog wel open zijn te gaan bezoeken, te beginnen met Bunnahabhain. We vertrekken vanuit onze cottage in Port Ellen, en passeren al snel de gelijknamige tot mouterij omgebouwde distilleerderij.
Deze mouterij voorziet menig distilleerderij van de benodigde mout voor het produceren van hun whisky. Zo maken zij verschillende soorten mout, zoals ongeturfde mout voor Bunnahabhain tot zwaar geturfde mout voor Ardbeg. De turf welke ze hier gebruiken komt ten noorden van Port Ellen (Castle Hill), het water om de gerst te weken komt uit Leorin Lochs.
Dit zijn dezelfde meren waar de distilleerderij in het verleden zijn water vandaan haalde. Als we Port Ellen achter ons laten draaien we de A846 op vervolgens de mijlen lange kaarsrechte weg richting Bowmore te nemen. Langs deze weg liggen de uitgestrekte peat-banks waar je regelmatig de turf op het land aantreft welke ligt te drogen.
Vervolgens passeren we Bridgend (3 huizen) om uiteindelijk de afslag naar Bunnahabhain te nemen waar wij om 10.30 uur worden verwacht. Vooral dit laatste stukje rijden door het mooie landschap gaat over een ‘single track road ’ waarbij je afvraagt hoe hier het vrachtverkeer van en naar de distilleerderij over heen gaat. Uiteindelijk komen we na nog geen uurtje aan bij de pittoresk gelegen distilleerderij aan het water, met aan de overkant het eiland Jura.