5 oktober 2002

Na vele maanden van voorbereiding (zoeken en boeken van vliegtickets, accommodatie en een auto) was het eindelijk zover om te vertrekken. Van 5 tot 12 oktober naar Het Beloofde Land. We hadden afspraken gemaakt met Talisker, Oban, Dalwhinnie, Glenmorangie en The Macallan om hun distilleerderij te mogen bezichtigen. Om half 10 werd er  verzameld en met 2 auto's vertrokken we naar Schiphol. We vlogen voor het eerst met Easy Jet en omdat de verhalen  de ronde doen dat ze wel eens meer kaarten verkopen dat ze  stoelen hebben besloten we om op tijd aanwezig te zijn. De rit naar Schiphol verliep zonder problemen en nadat de  auto's op lang parkeren gezet waren ging het gezelschap met de onbemande (onbevrouwde) taxi naar de vertrekhal.

We waren ruim van te voren aanwezig en dus een van de eersten die konden inchecken, na nog wat op Schiphol rond gelopen te hebben mochten we het vliegtuig in. We hadden het vliegtuig voor ons alleen zodat Carlos zich opofferde om de foto te nemen, Ronald verzorgde de instructies voor noodgevallen. Eric werd gekozen tot piloot en George tot copiloot. Frans was de kaartlezer en de rest was crew. Nu weten we waarom die tickets zo goedkoop waren. Na een S.O.S. bericht werd de automatische piloot gevonden en kwamen we toch nog veilig op Glasgow aan. Hoe zou het met de auto gaan?
Na enig gezoek op Glasgow Airport hadden we het verhuurbedrijf gevonden en binnen 45 minuten was de administratie geregeld en de auto beladen met onze tassen. De reis naar Tomdoun kon beginnen. Het was inmiddels kwart voor 4 en volgens de planner zou de reis een kleine 3 uur in beslag nemen. We dachten zelf dat als we om 8 uur bij ons huisje waren we het niet slecht gedaan hadden i.v.m. tussenstops en eventueel verkeerd rijden. Eric begon met rijden omdat hij als enige al eens links had gereden (spookrijden).

Al snel bleek dat ze in Schotland in plaats van kruispunten veel rotondes hebben, bij de eerste reden we al meteen verkeerd, maar we hadden dit snel in de gaten dus binnen 2 minuten zaten we "op route". De wegen in Schotland bleken ook een stuk smaller te zijn dan wat we in Nederland gewend zijn, het rijden in Schotland vergde dus veel concentratie. Na enige stops en wisselingen van bestuurder kwamen we om 7 uur bij ons huisje aan.
We hadden dus aardig op schema gereden. Het huisje lag op een prachtige locatie. Buren in geen 10 kilometer en een eigen strandje aan Loch Garry. Na de zooi te hebben uitgepakt werd er een patatje gehaald, George en Ronald gingen op pad om wat te scoren. Na een klein uur waren ze terug met een patatje met kipstukjes. Toen ploften we neer in de huiskamer en werd de eerste fles whisky geopend. Er zouden er nog vele volgen want we hadden 15 flesjes bij ons.
Daar moesten we het mee doen deze week. We maakten het niet laat want iedereen was door de reis versleten. De volgende dag zouden we de omgeving gaan bekijken, en op de maandag zou onze Trail beginnen.

6 oktober 2002

Vandaag geen bezoeken gepland aan distilleerderijen, we hebben onze intrek genomen in een mooi huis aan de oever van Loch Garry, ergens op de weg tussen Glen Garry en Tomdoun. We waren ’s avonds in het donker aangekomen dus hadden we maar een beperkte voorstelling van de omgeving. ’S Morgens wakker geworden voldeed het weer volledig niet aan de verwachting, aangename temperatuur, helder zonnetje wat achter de berg tegenover ons huis opkomt.
Wat wil een mens nog meer. Met elkaar een beetje rond het huis gekeken en iedereen was er van overtuigd dat dit beslist het mooiste stukje van de Schotse hooglanden moest zijn. Na het ontbijt besloten we om de weg richting Tomdoun af te zakken. Een smalle weg langs Loch Garry door het enige op de kaart bestaande dorp Tomdoun.

En zo vertrokken we, links het meer, rechts adembenemend mooie bergen. Tomdoun blijkt een dorp van een hotel, een kerkje, een traditionele telefooncel en hooguit 3 huizen te zijn. Het landschap wordt per mile ruiger en ongerepter, het meer verandert van een brede waterpartij in een smalle stroom en even later komen we een stuwdam tegen. Momenteel, aan het eind van de zomer, buiten werking maar aan de wanden is te zien hoe hoog het water hier soms staat. Voorbij de stuwdam logischerwijs het stuwmeer met op de achtergrond prachtige bergen, bijna surrealistisch.
Tegen dit decor hebben we wat foto’s genomen. En toen we achteloos door een verrekijker de bergwanden afkeken ontdekten we een groot hert bovenop een berg, compleet met een imposant gewei. Later bleek dit minder exclusief dan we dachten, dit is namelijk een wandelgebied waar veel herten voorkomen. We wachtten nog wat en zagen toen twee grote roofvogels die boven ons hoofd rondcirkelden.

We vervolgden onze weg, het landschap werd nog ruiger, de weg nog smaller, tot we uiteindelijk bij een boerderij aankwamen. Een boerderij, ongeveer 30 kilometer verwijderd van het laatste huis wat we zagen. Je vraagt je af wie gaat hier nu wonen, hebben ze stroom, stromend water, gas? We hebben er niet naar gevraagd en zijn verder gereden de weg wordt nog smaller en bochtiger, we hebben hellingspercentages die ik niet durf te schatten en we vragen ons af waar dit naartoe leidt! Juist helemaal nergens naartoe een weg van 40 mile eindigt gewoon tegen een rotswand waar de weg stopt. Met grote stuurmanskunst wordt de wagen gekeerd op deze plek, waar dit eigenlijk niet kan, en keren we op onze schreden terug. Geen straf hoor in dit landschap. Weer bij ons huis aangekomen is zo’n dag alleen volmaakt te besluiten met een goed glas whisky. Toevallig hadden we wat flesjes in huis waar we nagenietend een paar drams uit genuttigd hebben.

7 oktober 2002

Het is de 1e "werkdag" van deze week en we staan aan het begin van onze eerste trip naar de distilleerderij van The Macallan. Het is bepaald niet overdreven als ik zeg dat vol verwachting klopt ons hart, dit jaar op al op maandag 8 oktober gezegd kan worden. Enkele vroege vogels onder ons gezelschap is om een uur of 8 alweer begonnen om een stevig ontbijtje met bacon, eggs en worstjes voor de hele groep te prepareren. Zoals ook de vorige dag al bleek, voor een dergelijk top ontbijtje heb je echt geen vrouw nodig. Als het de hele week zo gesmeerd loopt, dan komt het allemaal wel goed en dat zal later ook wel blijken. Nadat de 7 heren gewassen en geschoren aan tafel zitten wordt de maaltijd op professionele wijze uitgeserveerd voor dit gezelschap.
We hebben besloten om ook maar vast voor midden op de dag een boterhammetje te smeren en mee te nemen, want als we iedere dag al tussen de middag ergens wat te eten moeten bestellen kunnen we beter eerst een bank beroven. Tijdens dit ontbijt hebben we het voor de zoveelste keer over het feit dat we met ons huisje op zo een toplocatie zitten met echt een geweldig panorama over Loch Garry wat vanuit de keuken, 2 slaapkamers maar ook vanuit de woonkamer is te zien. Eigenlijk zou je ook gewoon een week voor het raam van dit schitterende uitzicht  kunnen genieten, je krijgt er geen genoeg van!! Wat mij tevens opvalt in deze rustige omgeving. Wanneer je buiten staat en het is stil, dan is het ook echt stil, je hoort vaak helemaal niets, echt heel bijzonder!

Inmiddels zijn de buikjes rond en de zooi is aan kant, dus bekijken we nog eventjes de route zoals die voor deze trip is uitgestippeld met de chauffeur van deze dag: George. Hij stond de vorige dag al te trappelen om de spits af te bijten en heeft hiervoor zelfs gisteravond alleen maar aan het Schotse Water gezeten. Om half tien zit bijna heel de groep al in de auto.We moeten natuurlijk nog even op Eric wachten, want die moet nog even flossen of kakken. Maar al snel vertrekken de 7 Whiskyteers naar hun eerste missie: The Macallan. Het zal tevens op deze eerste dag de verste trip worden van deze week (ook hier is over nagedacht), maar dat maakt niet uit omdat het toch ook gewoon leuk is om zo het een en ander van de omgeving te zien.
Ook driver George heeft er zin in en doet zijn best een goede tijd neer te zetten voor deze rit. Het tijdschema ziet er nog goed uit, maar vanachter uit de Espace wordt het hem door Frits en Carlos niet echt in dank afgenomen. Het schijnt op de meest comfortabele achterrij iets meer te stuiteren dan voorin en zeker als je vergeet de stoelen lekker naar achteren te zetten. We moeten dus een ander tijdschema aan gaan houden. En of de duivel er mee speelt: copiloot Frans mist een afslag, dus vanaf nu wordt het improviseren geblazen. Zo kom je ook nog eens op de wat kleinere weggetjes van Schotland terecht en hoef je niet eens op te letten of je links rijdt. Maar uiteindelijk loodst onze copiloot ons ook weer nadat hij enkele boerderijtjes en/of huisjes op de kaart had herkend (OK, dan niet!) terug op de geplande route.

Nadat we inmiddels in de Speyside zijn aangekomen, zien we ook al regelmatig een distilleerderij waar we langs komen. Maar ook de tijd begint te dringen. Gelukkig ziet Wim het altijd positief in:hij dacht wel dat we er MINSTENS 3 uur over zouden doen! In het plaatsje Aberlour nog eventjes zoeken, maar een oude Schot wijst ons wel de weg, ook al hadden we net zo goed wat beter in het boek van Robert Brilleman kunnen kijken. Hier staat het nl. perfect in beschreven. Foutje. Zo komen we de ruim op tijd aan (12.20 uur) bij de distilleerderij waar we om 12.30 uur werden verwacht. De distilleerderij ligt in een bijzonder mooi landschap waar alles ruim van opzet is. De dame achter de receptie welke in Nederland een mager zesje zou scoren, wordt op de derde dag Schotland unaniem uitgeroepen tot Miss U.K. Ook al kwamen we hier niet voor: het is mooi meegenomen. De ontvangst is verder ook prima en alles ziet er zeer verzorgd uit. We worden opgewacht door een zeer vriendelijke enthousiaste dame welke ons samen met 2 Canadese gasten gaat rondleiden.

Op het terrein treffen we ook nog de oude distilleerderij aan welke sinds 1991 om economische redenen niet meer wordt gebruikt. Al pratende komen we langs de 5 wash stills en de 10 spirit stills welke bij dit proces met naakte gasvlammen verhit worden. De typische Macallan lucht is hier uiteraard duidelijk aanwezig in het gebouw maar dan eigenlijk voornamelijk aan het eind van het proces. Opvallend is dat alle stills klein zijn en een korte hals bezitten. Men spreekt hier dan ook van de kleinste, gasgestookte, stills van Schotland. De vergisting vindt plaats in deze distilleerderij in 16 RVS washbacks. Voor de rijping van de malt gebruikt men bij Macallan uitsluitend sherryvaten. Het meeste (75 %) zijn Oloroso sherryvaten, en de rest amontillado en fino sherryvaten. Dit ondermeer zorgt voor de karakteristieke geur, kleur en smaak van deze heerlijke malt. Bij Macallan wordt nl ook niet bijgekleurd met karamel, maar met een oudere malt met een donkerdere kleur. Nadat we het productieproces hebben bestudeerd, gaan we vervolgens naar het Warehouse, alwaar dit kostelijke goedje in heel grote hoeveelheden ligt opgeslagen. Hier liggen alle vaten op hun gemakje te rusten en te rijpen. Als je dit ziet begrijp je direct waarom er een zodanig goed slot op de deur zit.

We krijgen nog wel de gelegenheid om aan een bijzonder vaatje van 50 jaar oud te ruiken, waarbij Frits zelf al aangeeft als laatste te gaan omdat er anders als hij een teug heeft genomen er voor de rest van het gezelschap niets meer overblijft. Proeven is er helaas, maar ook wel een beetje begrijpelijk niet bij. Al hebben onze Canadese collega's nog wel de suggestie dat dit 250 liter vaatje precies in de auto past. Nadat we in de shop nog even een smakelijke dram aldaar hebben genuttigd zit ons bezoek er bij deze distilleerderij helaas al op. Al met al was het voor ons toch eigenlijk wel indrukwekkend. Alles ging er zeer relaxed aan toe en men had hier echt al de tijd van de wereld voor je. Met een woord: Geweldig. Of om met Wim zijn woorden te spreken: dit maak je van de week niet meer mee! Best knap dat hij dat nu al weet, maar dat moet nog blijken. Onze chauffeur heeft inmiddels de Espace al voorgezet zodat we op huis aan kunnen. In het plaatsje Aberlour doen we alvast de nodige boodschappen en vervolgens rijden in een streep naar ons huis. Alwaar we lekker op ons gemakkie een dram inschenken en vervolgens even het thuisfront bellen.

8 oktober 2002.

Vandaag hebben we een bezoek aan Talisker op ons programma staan. Het wordt een aardig stukje sturen, maar het zal de moeite lonen. Gisteren hebben we bij de benzinepomp in Invergarry het advies gekregen om de "scenic Isle of Skye route" te nemen en dat doen we dus. We rijden over de prachtigste wegen richting de pont die ons over zal zetten. Het landschap is heel anders dan gisteren toen we naar de Speyside reden. De heuvels zijn supergroen, maar er staat bijna nergens een boom. Op een onopvallende plek, vlak na een kleine benzinepomp slaan we links af om de weg naar de pont te nemen.
Het is dat we getipt zijn, anders zou je de afslag zo voorbij rijden. En het is dat je weet dat deze kleine weggetjes je naar de pont leiden, want je zou het nooit verwachten. En dan uiteindelijk de pont zelf! Als we arriveren is hij net aan het aanleggen. Via een raar mechanisme draait de bovenkant van de boot om de auto’s er af te kunnen laten. Er kunnen precies 4 auto’s op de boot. En terwijl je aan dek staat, kun je maar beter niet te stevig tegen de railing leunen, want die is al doormidden geroest. Aan de overkant al even kleine weggetjes. Opschieten doet het niet, maar de route is fantastisch. Na een uurtje of twee arriveren we in de kleine plaats Carbost aan de kust. Talisker ligt aan de rand van Carbost. We hebben geen afspraak want ons is verteld dat je de hele dag kunt binnenvallen. Ze zijn alleen vergeten te vertellen dat ze wel dichtgaan rond lunchtijd! Dan maar op zoek naar wat te eten.

Zo’n 100 meter voor Talisker staat een houten gebouw, een soort groot uitgevallen caravan, en daarin zit een winkel en die is gewoon open. De eigenaar en zijn vrouw zijn, net als andere Schotten die we eerder ontmoetten, bijzonder hartelijk en "in" voor een praatje. Na een broodje te hebben gegeten is het dan eindelijk tijd voor Talisker. We worden eerst ontvangen in het bezoekerscentrum onder het genot van een "dram" Talisker. Aan de muur interessante platen en teksten die het distillatie proces uiteenzetten. Verder uitleg over de zogenaamde "crofters": dit zijn mensen die een klein boerenbedrijf runnen, meestal als neventaak (keuterboer).
Zo blijken de meeste medewerkers van Talisker daarnaast crofters te zijn, vooral in de schapenteelt. Even later start de tour. De uitleg begint aan de hand van het tonen van de ongemoute "barley" en de "malted barley". Ook hier moet het fototoestel in de tas blijven. We gaan langs de mash-tuns en de (lariks) wash-backs waar de vergisting plaats vindt. In het still house vinden we 5 stills: 2 wash stills en 3 spirit stills. En ook hier een prima uitleg over het distillatie proces: de "foreshots", de "heart" waar het om draait en de feints. De andere Classic Malts blijven ook niet onvermeld tijdens de tour: Talisker maakt deel uit van United Distillers en dat betekent dat de zuster-bedrijven en passant ook besproken worden. De tour eindigt in de gezellige shop. Logisch, want na al dat moois ben je in de sfeer om wat te kopen

Op de terugreis kiezen we voor snelheid en nemen dus de brug naar het vasteland. Vlak na de brug stuiten we "per ongeluk" op Eilean Donan Castle. Dus toch nog maar even uitgestapt. Het is inmiddels 6 uur en het kasteel is prachtig in het zachte licht. Drie kwartier later zijn we thuis. Tijd voor een mooie malt ter afsluiting van een bijzondere trip.
 
 
 
 
 
 
 
Whisky Trail 2002
Visits at;
Talisker Distillery
Oban Distillery
Dalwhinnie Distillery
Glenmorangie Distillery
The Macallan Distillery
Onze 1e Whisky Trail
9 oktober 2002

Vandaag is het prachtig weer, " strandweer " bijna en het is dat we vandaag wat aan de late kant zijn want anders had een duik in Loch Garry er best ingezeten. Op het programma vandaag staat een trip naar de westkust, we prijzen ons gelukkig dat we na 2 enerverende dagen bij Macallan en Tallisker vandaag Oban mogen bezoeken. Oban is een van de zes Classic Malts van Diageo en de gehele groep is in een opperbeste stemming als we beginnen aan een autoritje van ruim 100 km. Frans is de driver en rond elf uur rijden we het schilderachtige plaatsje met dezelfde naam binnen. We parkeren onze auto vlak bij de haven die op loop afstand is van de distilleerderij.  Nog even hier en daar een fotootje gemaakt en een stukje gefilmd en dan staan we voor de distilleerderij die werd gebouwd in 1794 door de familie Stevenson ook de stichters van het stadje Oban. Nadat de distilleerderij diverse malen is overgegaan in andere handen, is het UDV die de boel overneemt in 1930 en tot op de dag van vandaag eigenaar is. Door de economische recessie is Oban tussen 1931 en 1937 gesloten en ook tijdens de 2e Wereldoorlog is het tulpenbollen eten geblazen in Schotland en is de distilleerderij dicht. De laatste echte sluiting is geweest tussen 1969 en 1972 voor een grote verbouwing, waarbij o.a. het stillhouse werd verbouwd en de stills van kolen naar stoom gestookt werden omgebouwd. In 1989 werden de gebouwen gerenoveerd en kreeg men een bezoekerscentrum. In 1990 wordt Oban een van de 6 Classic Malts.

En vandaag 9 oktober 2002 staan "The Lucky Seven" voor de deur en .................   Ze hebben er zin in. We betreden de ontvangstruimte en neuzen vast wat rond tot de rondleiding om half 12 begint. Onze mannelijke gids is heel duidelijk en weet ons veel te vertellen. Het water dat gebruikt wordt voor de bereiding van de Oban Malt is afkomstig van Loch Gleann a'Bhearraidh.  De betekenis van de naam van dit meer is niet bekend, maar de naam is afkomstig uit het Gaelic. Het meer wordt gevoed door regenwater van hoger gelegen bergen en komt via een pijpleiding de distilleerderij binnen. Het water dat gebruikt wordt om de stills te koelen en vervolgens te verdampen komt uit hetzelfde Loch maar circuleert in een gesloten systeem. Dit water wordt steeds opnieuw afgekoeld. Als we het stillhouse betreden zien we dat het vrij klein is, Oban heeft maar 2 kleine stills een wash en een spirit, ze worden beide verhit met stoom. Er staan vier washbacks en ze zijn gemaakt van larikshout en oregon pine. Voor de rijping van Oban worden uitsluitend refill vaten gebruikt. Vrijwel de gehele productie (ongeveer 560.000 liter per jaar) gaat naar blended whisky's, met name de Bell's 8 jaar oud. Wat overblijft wordt gebotteld als een 14 jaar oude single malt en zoals alle Classic Malts heeft ook de Oban een "Distillers Edition" deze heeft een narijping gehad op Montilla fino sherryvaten.

En hoe smaken deze goedjes dan ................. nou lekker. Maar om wat specifieker te zijn volgen hier wat persoonlijke proefnotities. Eerst de overbekende " klassieker " van maar liefst 14 jaar, amberkleurig met beslist een zeeluchtje, smaakt eerst zoetig en heeft een droge licht rokerige afdronk. De Distillers Edition voegt nog een extra dimensie toe aan het geheel, zonder afbreuk te doen aan de " echte " Oban smaak, wat meer body dan zijn broertje en iets fruitiger en een tikje zouter. We hebben het studie gedeelte achter de rug en we gaan ontspannen, eerst nog wat shoppen, ikzelf tik nog even een cask strength van Coal Ila op de kop, die ik in Nederland nog niet had gezien. Dan is er ook nog tijd om het havenplaatsje Oban te bekijken, een alleraardigst stadje met leuke winkeltjes en een sfeervolle promenade. We besluiten na een uurtje de terugreis in te zetten omdat we vanwege het mooie weer hebben besloten om op ons privé strand bij de Cottage een barbecue te organiseren. Dus onderweg even vlees halen en nog wat bier want al zijn we enorme whiskyliefhebbers, bij een barbecue hoort BIER!

Thuisgekomen worden de taken snel verdeeld, Eric kruidt het vlees en de rest zorgt ervoor dat het strandje in gereedheid wordt gebracht voor wat later zou blijken een geweldig geslaagd eetfeestje. Op onze zelfgemaakte barbecue (van keien opgebouwd en met het rooster uit de oven) bakt George als meesterbakker (proficiat George) de lekkerste lapjes vlees, en zo genieten we allemaal (inclusief Wim die op tijd hersteld is van een buikgriepje) tot na zonsondergang van de culinaire hoogstandjes. Als de zon geheel onder is sluiten we de maaltijd af met als after dinner malt Highland Park. We nippen bij het knetterde kampvuur van onze whisky en beseffen hier in het schotse hoogland dat het leven goed is. De prachtige foto's (door Carlos geschoten) geven een indruk van deze heeeeeeeeeeerlijke woensdag. We kijken met het glas in de hand reikhalzend uit naar de dag van morgen, want dan is onze trip naar de Northern Highlands, naar The Sixteen Men of Tain, oftewel een van onze favorieten The Glennmorangie.


10 oktober 2002

Het is alweer de 6e dag in schotland. Zoals bijna iedere morgen zijn er weer een aantal van ons vroeg uit de veren. De kaart van Schotland wordt open gevouwen en de rij route naar the Glenmorangie distillery wordt bestudeerd. Na een stevig ontbijt en het regelen van wat kleine zaken gaan we op weg. We hebben een afspraak voor een rondleiding om 12.30 uur, aangezien het een redelijk eind rijden is moeten we toch enigszins doorrijden. Via de A82 richting Inverness komen we langs Loch Ness, echter tijd om te stoppen hebben we nu niet, maar die pakken we op de terug weg wel. De steile en hoge bergtoppen zoals rondom ons vakantiehuis worden wat vlakker en gaande weg gereduceerd tot heuvels. Als we in Inverness komen zien we sinds enige dagen weer eens een stad met een behoorlijk aantal inwoners. Inverness is dan ook de grootste stad in de Highlands, het telt ongeveer 55.000 inwoners en is gelegen aan de Moray Firth. Van hieruit gaan we via de A9 richting Tain, en komen langs de Dalmore Distillery.

Redelijk op tijd komen we aan bij de Glenmorangie Distillery, vanaf de parkeerplaats kan je de zee zien liggen. De omgeving van Glenmorangie is schitterend en de gebouwen zijn prachtig. We verzamelen ons in de ontvangsthal waarin diverse attributen uit het verleden staan uitgestald, er is zelfs een kleine “bioscoopruimte” waarin de Glenmorangie geschiedenis kan worden bekeken. Van hieruit gaan we onderbegeleiding door de distilleerderij heen, onze gids is een leuke jonge dame die zeer coulant is t.a.v. het mogen fotograferen en filmen tijdens de rondleiding. (eigenlijk de enige van de 5 distilleerderijen door ons bezocht, waar dit toegestaan was) Als eerste gaan we langs de roestvaststalen washbacks die gebruikt worden voor de vergisting. Daarna lopen we door naar het stillhouse. In het stillhouse staan 4 wash stills en 4 spirit stills. De stills zijn weliswaar redelijk klein echter zijn wel de hoogste van Schotland (ong. 5 meter)

En ook hier zagen we het goddelijke vocht door de spiritsafe stromen om uiteindelijk in vaten terecht te komen. Via het stillhouse lopen we door naar de storehouses waar duizenden vaten voor rijping liggen te wachten. Glenmorangie gebruikt verschillende kleuren op de spiegel van hun vaten, n.l. rood voor de eerste 10 jaar, zwart voor de tweede 10 jaar en grijs voor de derde 10 jaar, hiermee wordt in de gaten gehouden dat de vaten max. 30 jaar worden gebruikt voor het rijpen van de malt. ( dit wordt ook in allerlei whisky boeken vermeld en komt bijna over als iets wat bij het proces zou horen) tot onze verbazing zagen we buiten ook vaten liggen met een blauw/paarse spiegel, even dachten dat dit misschien wel een speciale uitvoering was, en werd onze nieuwsgierigheid nog groter, echter bij navragen bleek het dat de grijze verf op dat moment op was en had men gewoon een blauw/paarse kleur maar gebruikt. De tour eindigt in een hele professionele proefruimte die haast als een gezellige huiskamer overkomt en we dan eindelijk mogen gaan proeven van de heerlijke whisky’s.  Waarom whisky in meervoud zal je misschien nu denken, maar bij The Glenmorangie distillery mag je gewoon je favoriete whisky kiezen. Bijv. de 10 jaar ,Port Wood, Madeira Wood, Sherry Wood enz. en zelfs een 15 jaar oude malt die niet in Nederland te koop is. Als laatste aandenken hebben we op de valreep nog een Ardbeg  Lord of the Isles gekocht uit de clubkas voor 100 Schotse ponden.

Op de terug weg naar ons vakantie huis zijn we nog even gestopt langs het meer van Loch Ness, echter veel was er niet te zien en was het een meer als welke ander dan ook in Schotland. Omdat we redelijk vroeg weer bij ons vakantiehuisje aankwamen, zijn een aantal van ons nog een korte boswandeling gaan maken. Ik moet eerlijk zeggen dat ik z’n bos omgeving zoals daar nog nooit gezien had. De gehele grond in het bos was afgedekt met een prachtig mooi tapijt van mos. Wanneer je daar rond loopt heb je constant het gevoel dat je op een matras loopt, zo veert de grond onder je voeten bij elke stap die je doet. Prachtig waren ook de watervalletjes en de stroomversnellingen.

Eenmaal weer aangekomen in ons vakantiehuisje wilden we wat eten gaan klaar maken, echter het vlees bleek bedorven. Maar een mens moet toch wat eten na z’n zware dag en zijn we maar naar de lokale pub gegaan om daar een broodje hamburger of iets dergelijks te eten en uiteraard met een heerlijke biertje erbij. Na het eten hebben enkele van ons een biljartje gelegd en muziek uit de goede oude tijd gedraaid uit een jukebox. Rond 23.00 uur zijn we weer richting ons huisje gegaan, nog enkele whisky’s gedronken en heeeerlijk gaan slapen.                       
Welterusten en tot morgen.

11 oktober 2002

Vandaag gaan we een bezoek brengen aan de Dalwhinnie distilleerderij. Dit is tevens ook de afsluiting van een geweldige week waarin er veel werd geproefd, gelachen en vooral genoten van het mooie natuurschoon dat Schotland heeft te bieden. Het weer is typisch Schots, veel regen en steenkoud, 6 graden boven nul. We hebben de afspraak enkele dagen eerder gemaakt, om 11:30 worden we verwacht. Vanwege de lange afstand vroeg uit de veren en om 09:15 al op weg waarbij ik mij goed kan herinneren dat er een aantal van ons toch wel te kampen hadden van heftig brandend maagzuur. Niet zo verwonderlijk gezien de combinatie van niet al te gezond eten en het nodige "levenswater", waar we bijna een week van leefden.

Een stukje geschiedenis:
Dalwhinnie betekent in het Gaëlisch " ontmoetingsplaats ", de distilleerderij bevindt zich nl. op een kruising van oude vee routes van het westen en het noorden richting het zuiden. Tevens werd er veel gesmokkelde whisky vervoerd langs deze route. De distilleerderij heette bij zijn opening in februari 1898 Strathspey maar ging in de zomer van datzelfde jaar failliet. In oktober 1898 werd de distilleerderij door ene A.P. Blyth gekocht die het aan z'n zoon schonk. Deze zoon veranderde de naam in Dalwhinnie. Na verschillende overnames raakte het bedrijf door een brand beschadigd waardoor de productie voor drie jaar gestaakt moest worden. In 1938 werd de productie hervat maar Dalwhinnie moest in 1940 wederom de poorten sluiten vanwege een tekort aan gerst tijdens de Tweede Wereldoorlog. Pas in 1947 ging de distilleerderij weer open en sinds die tijd zijn er twee kleine aanpassingen geweest, nl. het ombouwen van de stills om door middel van stoom te worden verwarmd (1961) en het buiten bedrijf stellen van de moutvloeren (1968).
Na een lange zit in onze Renault Espace zagen we al in de verte Dalwhinnie liggen. Dit is de koudste en hoogste distilleerderij van Schotland, op 326 meter boven de zeespiegel. Na een sprint vanuit de auto door de regen en kou kwamen we uiteindelijk terecht in het mooie bezoekerscentrum. Daar is veel te zien zoals oude gereedschappen, foto's, kaarten en meer bezienswaardigheden. De rondleiding die we kregen was duidelijk en interessant, opvallend was dat de zes washbacks nog van ouderwetse lariks hout zijn, terwijl de meeste distilleerderijen ze hebben vervangen door roestvast staal. In het stillhouse staat één wash still en één spirit still, beide worden zoals eerder genoemd door middel van stoom verwarmd.
De toer eindigde in de bonded warehouse, waar deze bijzondere whisky, een van de 6 "classic malts", vijftien jaar ligt te rijpen in sherryvaten en waarvan er maar zo'n 10% onder z'n eigen naam als single malt wordt verkocht. De rest wordt verwerkt in blended Whisky's, met name Black & White. Dit was de laatste van een reeks van vijf, over 2 jaar in 2004 zullen we ongetwijfeld ander interessante distilleerderijen bezoeken, voorlopig kunnen we terugkijken op een leerzame en bijzondere week.


12 oktober 2002

Na het ontwaken is het een gewoonte geworden om eventjes naar buiten te kijken, alsof het elke ochtend weer bevestigd moet worden dat we echt in Schotland zijn en op deze mooie locatie. Vandaag gaat de terugreis beginnen en eindelijk is het dan vandaag een keer echt teringweer, wat we gedacht hadden iedere dag te krijgen krijgen we nu dus op de laatste dag voorgeschoteld. De koffers hadden we gisteren al gepakt ( ervaring van vorige vakanties ). Gisteren ging ook de laatste fles whisky leeg, we hadden zo'n 15 flesjes meegenomen en daar kwamen we goed mee uit. Nu pas blijkt hoe snel zo'n weekje voorbij gaat, maar ook dat het een vermoeiend weekje geweest is van hoofdzakelijk autorijden, we hebben ongeveer 1800 kilometer kilometer afgelegd.
Maar we hebben wel heel veel mooi natuurschoon gezien, en 5 distilleerderijen bezocht die de moeite waard waren. Bij iedere rondleiding in de distilleerderijen werd grotendeels hetzelfde verhaal afgestoken maar ze hadden ook allemaal wel iets wat de anderen niet hadden, zo vulden ze elkaar mooi aan. Het was jammer dat er alleen bij de Glenmorangie Distillery gefilmd en gefotografeerd mocht worden. Bij de andere distilleerderijen was dat verboden, het zou gevaarlijk zijn i.v.m. het mogelijk kunnen vonken van de apparatuur. Er zou bij een vonkje alcoholdampen kunnen ontploffen. Na bij Glenmorangie geweest te zijn denken wij dat het geheim van de smid niet ontrafeld mag worden, ze zijn dus gewoon bang voor spionage.

Er wordt een stevig ontbijt geserveerd met veel eieren, bacon en worstjes want het wordt een lange dag dus een stevig ontbijt is geen overbodige luxe. Nadat het huisje aan kant gemaakt is en een laatste foto gemaakt kruipen we in de auto en word de terugreis ingezet. Het weer is echt Schots, koud, regen en veel mist, we moeten dan ook rustig rijden want de wegen zijn hier al smal en met dit weer onberekenbaar. Toch heeft dit weer wel iets, we hadden de hele week niets te klagen gehad en nu zien we door de beslagen raampjes van de auto het ene bergstroompje na het andere.
In sommige riviertjes is het water een wedstrijd aan het houden wie het eerst beneden is, we komen hele mooie stroomversnellingen tegen. Om de paar uur moeten we even de auto uit om de benen te strekken en dan worden er ook meteen weer foto's genomen van dit onheilspellende weer. Na een tripje van ruim 3 uur komen we bij het autoverhuurbedrijf aan waar we de auto inleveren en worden we naar het vliegveld gereden.
Na op het vliegveld nog even de laatste inkopen gedaan te hebben checken we ons in en is het wachten op het vertrek. De vliegreis verloopt voorspoedig ( we hoefden dit keer niets zelf te doen ) en eenmaal op Schiphol aangekomen waren we binnen drie kwartier bij onze auto's. Nog even van Amsterdam naar Dordrecht en dan zijn we weer thuis in de vertrouwde omgeving.